HD- informatie

Net als bij de meeste grotere en grote rassen komt heupdysplasie, kortweg HD genoemd, ook voor bij de Ierse Setter. Het woord dysplasie geeft aan dat het om een stoornis gaat, een stoornis van het heupgewricht. Bij heupdysplasie zien we een slecht gevormde heup. Heupdysplasie is niet te genezen. Zowel door de mate van erfelijke aanleg als door milieufactoren kan heupdysplasie zich ontwikkelen.

Enkele van deze milieufactoren zijn voeding en beweging. Wat de voeding betreft is de kwaliteit van het voer erg belangrijk, met name in de snelle groeiperiode die onze Ier van pup tot volwassene doormaakt. Te veel voer zorgt voor een overmatige belasting van de gewrichten en met name het heupgewricht. Houdt uw hond daarom liever wat schraal met zijn voeding dan er een rolmops van te maken. Ook een te grote belasting van de in ontwikkeling zijnde gewrichten door te veel lichaamsbeweging is een belangrijke milieufactor bij het ontstaan van heupdysplasie.

Om bij de heupgewrichten het abnormale van het normale te kunnen onderscheiden, moeten we eerst weten hoe het normale heupgewricht in elkaar zit. Het heupgewricht is een deel van het skelet dat de verbinding tussen het bekken en de achterpoten vormt. Hier werken op een betrekkelijk klein oppervlak geweldige krachten in: zowel de druk van het eigen lichaamsgewicht als de krachten die tijdens het lopen, rennen, springen en spelen het lichaam voortstuwen of opvangen.

In dit gewricht zien we twee benige delen, namelijk de heupkom (caput femoris) en de heupkop (caput acetabulu) die als een kogellager met elkaar in contact zijn. Daarbij wordt de kop voor de helft door de kom omvat. De beide skeletdelen zijn bekleed met kraakbeen. Ze worden bij elkaar gehouden door de omringende spieren, door een ronde band binnenin het gewricht, door het kapsel dat de gewrichtsholte begrenst en ook vooral door onderdruk, een soort vacuüm, in het gewricht. De gladde kraakbeenvlakken moeten ten opzichte van elkaar goed kunnen glijden. Daarvoor is er een kleine hoeveelheid gewrichtsvocht aanwezig (te vergelijken met de smering in een kogellager).

Bij de geboorte van een pup zijn deze gewrichten volkomen normaal, ook bij pups die later de meest ernstige vorm van HD krijgen. De problemen komen pas bij de groei. De hond groeit, vergeleken met de mens zeer snel. Hij is al uitgegroeid op een leeftijd van 7-8 maanden. Dit is per ras verschillend: kleine rassen zijn eerder volgroeid dan zeer grote rassen.

Nu zijn de weefsels van het heupgewricht bij de pasgeboren pup heel klein van afmetingen. Ze hebben een lange weg van opbouw te gaan, voordat ze de definitieve vorm en sterkte hebben bereikt van die van het volwassen dier. Daarbij worden de uiteindelijke vorm van de kop en de diepte van de kom mede bepaald door de voortdurende druk die in het heupgewricht aanwezig is tijdens lichamelijke activiteiten.

 

Onjuiste ontwikkeling
Op grond van de definitieve heupdysplasie (dysplasie = niet goed gevormd) kan er nu iets mis gaan bij de ontwikkeling. Wat gebeurt er als het heupgewricht zich slecht ontwikkelt? Het begint ermee dat de kop niet diep en vast genoeg in de kom blijft zitten. De reden daarvoor is onder andere dat er wat gewrichtsvocht  te veel is en daardoor te weinig onderdruk. Dit heeft tot gevolg dat het kapsel en de ronde band wordt opgerekt. De spieren kunnen de kop niet onder alle omstandigheden diep genoeg in de kom blijven drukken; daardoor komt deze wat naar buiten en wordt de grootte van het contact oppervlak tussen kop en kom kleiner. Soms is dat niet meer dan een smal streepje, maar een enkele keer raakt de kop zelfs helemaal buiten de kom.

Het zal duidelijk zijn dat daardoor de drukverhoudingen in het gewricht enorm veranderen. Het aantal kilo's druk tussen kop en kom werkt nu niet meer op het totale oppervlak van de kom, maar slechts op een deel daarvan. De druk per vierkante centimeter wordt tientallen keren groter. Dit heeft allerlei nare gevolgen voor dat gewricht. Allereerst krijgen de randen van de kom en de delen van de kop een (te) hoge druk waardoor ze langzaam gaan afplatten, er ontstaan vormveranderingen. Kan vervolgens het veerkrachtige kraakbeen de druk niet meer aan dan ontstaat er slijtage en scheurtjes in het kraakbeen; de oppervlakten worden ruw en raken ontstoken. Het lichaam reageert daarop met nog meer vorming van gewrichtsvocht, waardoor bij de jonge hond het contact tussen kop en kom nog meer kan verslechteren.

De nog jonge honden, vaak tussen 4 en 7 maanden oud, krijgen steeds grotere problemen met opstaan en lopen, ze hebben na verhoudingsgewijs lichte inspanning veel pijn en willen of kunnen niet meer. Als gevolg van de reactieve ontstekingen die gaan optreden wordt het kapsel geleidelijk dikker en zo zie je dat bij een flink aantal van deze honden met "losse" heupen de speling weer minder wordt op de leeftijd van 8-10 maanden, en dat de dieren daardoor minder klachten tonen en beduidend beter gaan lopen. Dit alles vindt tegelijk plaats met de vormveranderingen van kop en kom en met woekeringen die ontstaan langs de randen van de kop en de hals van het dijbeen en van de heupkom.

 

Verschijningsvormen

HD is geen probleem van wel of niet. Er zijn allerlei gradaties in de mate van afwijkingen die optreden in het gewricht en ook nog weer in de ernst van de klachten die de hond ervan ondervindt.

Globaal bestaan er 2 groepen met echte klachten:

In de eerste groep zien we opgroeiende pups, die soms al problemen hebben vanaf de leeftijd van 3-4 maanden, meestal echter bij wat oudere pups in de leeftijd van 5-8 maanden. Bij deze honden gaat veel mis met de groei en functie: er ontstaan ernstige vervormingen van het gewricht met veel pijn. Dat alles zien we ook weer met de nodige variaties die mede bepaald worden door het gewicht en de uitwendige omstandigheden, zoals te weinig of te veel beweging, wild stoeien en dergelijke.

De tweede groep betreft dieren die eigenlijk vrij onopgemerkt door de eerste fase zijn heen gekomen. Ze krijgen pas op oudere leeftijd problemen ten gevolge van een probleem dat we artrose noemen. Dit is een complex van chronische veranderingen aan heupkop en/of kom met altijd het optreden van woekeringen langs de dijbeenkop en -hals. Vaak is de kom ook vol gegroeid met reactief botweefsel. Dit is een proces dat ook in de jeugd al begonnen is, maar waar de hond nooit problemen mee had, omdat hij actief bleef. De ouder wordende hond krijgt daar soms hinder van als hij minder loopt en vaak ook nog te zwaar of te vet is, waardoor er onnodig veel gewicht op de heupen inwerkt.

Veel eigenaren worden er zich nooit van bewust dat hun hond HD heeft, zolang ze dat niet laten controleren door middel van een röntgenfoto.

Voor de fokkerij is het echter wel van belang om te weten welke dieren HD hebben, omdat het een polygeen verervend gebrek is. Daarom moeten van alle fokdieren de heupgewrichten röntgenologisch worden onderzocht. Het zou ideaal zijn wanneer tevens een hoog percentage nakomelingen van alle belangrijke fokdieren zouden worden onderzocht.

Bij het röntgenologisch onderzoek worden de zichtbare details van het gewricht (dat zijn dus alleen de benige onderdelen en hun onderlingen verhoudingen) op de foto afgebeeld en dus beoordeeld. De bevindingen worden gerangschikt in bepaalde klasses, van "normaal" (HD A) tot "HD optima forma" (HD E).

 

 

 

De Norbergwaarde

 

Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.

  

         

 

Dit laatste wil zeggen dat de veranderingen die typisch zijn voor de HD, alle in zeer ruime mate zichtbaar zijn op de foto.

De verschillende uitslagen zijn:

HD A vrij van heupdysplasie

(werd voorheen aangeduid als HD -)

HD B

is een overgangsvorm, de hond is wel bruikbaar voor de fokkerij

(voorheen HD Tc)

HD C

is licht positief, wat betekent dat er aantoonbare verschijnselen van HD te zien

zijn. Met deze honden mag worden gefokt, mits gepaard aan een HD A of HD B

(voorheen aangeduid als HD +/-)

HD D

positief, wat betekend dat er duidelijke verschijnselen zijn van HD. Met deze 

honden behoort niet gefokt te worden.

(voorheen HD +)

HD E

HD in optima forma, wat betekent dat de hond in zeer ernstige mate lijdt aan HD.

Met deze honden behoort niet gefokt te worden.

(voorheen HD ++)

Behalve deze beoordeling wordt ook de zogenaamde Norbergwaarde van het gewricht opgegeven. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van beide heupen is derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD beoordeling krijgen. Een normale of zelfs een hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht) HD positieve beoordeling.

Naast de schaal voor de Norbergwaarde is er dan ook nog een waarderingsschaal voor de mate van botverandering aan het heupgewricht bij de hond. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen is ook botverandering een factor die de uitslag kan beïnvloeden. Daarbij betekent 0 dat er geen botveranderingen zijn, 1 zeer lichte botveranderingen aangetroffen werden (leidt tot een beoordeling HD B), 2 staat voor lichte botveranderingen (leidt tot HD C) en 3 duidelijke botveranderingen (HD D).

HD vererft polygeen. Dat wil zeggen dat een combinatie van meerdere genen een bepaalde afwijking veroorzaakt. Doordat HD polygeen vererft, zal het per definitie niet mogelijk zijn om door middel van fokmaatregelen het probleem geheel en al de wereld uit te helpen. Toch heeft statistisch onderzoek herhaaldelijk bewezen dat men bij het fokken met negatieve dieren een belangrijk lager percentage positieve dieren ziet opgroeien, dan wanneer men met licht-positieve of positieve dieren fokt.

 

Hoe te handelen als een hond een "HD positief" uitslag krijgt?

Voor veel bezitters van honden is het een onaangename verrassing en schrik als blijkt dat bij screening met 1 jaar of ouder de uitslag op de foto "HD positief" of zelfs "HD optima forma" luidt. De verrassing is vaak groot, omdat het dier nooit enige aanleiding tot verdenking hiervan te zien gaf; een actief dier dat uren lang rent en speelt, of zelfs uitblinkt als prestatiehond in het veld of bij de hondensport. De schrik is vaak groot, omdat HD een begrip is geworden dat doet denken aan een invalide hond met veel pijn die men soms al jong moet laten inslapen. De regel is dat honden die nooit problemen hadden voordat de foto op volwassen leeftijd werd genomen, later ook maar hoogst zelden moeilijkheden krijgen. Tenminste zolang de dieren actief in beweging blijven en een regelmatig leefpatroon hebben, zonder dat ze daarbij geforceerd worden. Ook moet men er voor zorgen dat ze niet te vet worden op oudere leeftijd, omdat dit overgewicht ook letterlijk gedragen moet worden door die sterk veranderde gewrichten.

De verschijnselen van de opkomende problemen zijn:

  • Ochtendstijfheid; de hond heeft er moeite mee 's morgens vlot in de benen te komen, is wat traag en trekt soms een paar stappen met één of beide achterpoten. Zodra hij eenmaal buiten is verdwijnt dat stijve weer.
  • Een ander verschijnsel kan zijn dat de hond er "niet meer zo'n zin in heeft" om lange afstanden te lopen; hij blijft achter, is veel minder enthousiast dan anders, minder ondernemend geworden. Ook is het vaak veelbetekenend wanneer de hond meteen gaat liggen als de baas even stopt met wandelen en niet meer zo'n haast maakt om verder te gaan.
  • Veel ernstiger is het natuurlijk wanneer de hond echt kreupel gaat lopen. Dan is het tijd uw dierenarts te raadplegen. Deze dieren zijn vaak goed geholpen met pijnstillers en ontstekingsremmers.

Wees echter niet te fatalistisch; er zijn tal van gevallen bekend in de diergeneeskunde waarbij een hond met "HD positief" steeds slechter ging lopen omdat iets anders dan HD de oorzaak was, bijvoorbeeld een knie- of spronggewrichtsprobleem. Ook al weet u dat de hond "HD heupen" heeft, toch moet u zich bij opkomende problemen daar niet blind op staren, maar een dierenarts een volledig onderzoek laten doen. Het kan blijken dat de hond zeer goed geholpen kan worden voor dat andere probleem ... en met zijn HD nog jaren kan leven.

Het is vooral belangrijk om HD te voorkomen door een scherpe selectie van fokdieren toe te passen en een nakomelingenonderzoek te verrichten van veel gebruikte fokdieren, ook als ze de prachtigste exterieur kwalificaties en fraaie tentoonstellingstitels hebben.

Dit artikel verscheen eerder in de Ierse Setter Klanken, november 2004.

 

U kunt uw kennel/webshop/bedrijf bekend maken middels een advertentie is de Ierse Setter Klanken. Vanaf 2018 wordt de ISK Fullcolour. Voor prijzen en mogelijkheden klik hier.

Enquete

Om de gezondheid van onze rassen in de gaten te houden willen we graag zoveel mogelijk gegevens verzamelen. Ook als er geen problemen zijn horen we dat graag! Hiervoor vragen we u om het enquêteformulier in te vullen.

DNA onderzoek epilepsie

Heeft u een Ierse Setter met epilepsie? U kunt deelnemen aan het DNA onderzoek door een buisje bloed te laten afnemen. De vereniging heeft een lijst samengesteld met dierenartspraktijken die tegen een gereduceerd tarief of kosteloos een buisje bloed willen afnemen. Klik hier om naar de lijst te gaan.

Per 24 augustus 2015 dienen de fokdieren voor de dekking DNA getest, danwel van vrij geteste ouderdieren te zijn, voor de aandoeningen CLAD, PRA rcd-4 en von Willebrand Disease.
LET  OP: Indien u gebruik wilt maken van de korting via de ISC lees dan de gewijzigde procedure hier.

Wandeling Regio Limburg

Datum: 22 oktober
Locatie: De Leenderbossen
Adres: Valkenswaardseweg 29c in Leende
Aanvang: 10.30 uur

 

Het lustrumboek is nog te bestellen via deze link. Het boek bevat 288 pagina's in kleur met heel veel foto's en informatie. Voor slechts 15 euro excl. verzendkosten kunt u het bestellen, maar OP=OP!