Over de Ierse Setter

De Ierse Setter is een mooie, lieve, speelse en energieke hond. Hoewel de Ierse Setter van origine een jachthond is, is dit ras vaak zachtaardig met een aanhankelijk karakter. Desalniettemin zijn sommige Ierse Setters flink eigenwijs! 

Dit ras is oorspronkelijk gefokt als jachthond en heeft daardoor de beschikking over een hoop energie. De Ierse Setter is dan ook een geschikte hond voor een ondernemend baasje die samen met zijn hond veel in beweging wil zijn.

1. Uiterlijke kenmerken

Er bestaan twee rassen van de Ierse Setter: rood en rood-witte Ierse Setters. Beide hebben een zachte vacht, waarbij de rode Ierse Setter een kastanjebruine kleur heeft en de rood-witte Ierse Setters een witte vacht met rode vlekken heeft. Deze lange vacht kan mooi gehouden worden met de juiste verzorging, door bijvoorbeeld regelmatig te borstelen. Doordat de Setters van origine jachthonden zijn, zijn ze atletisch gebouwd. Je Ierse Setter zal het ook zeker waarderen wanneer je en aantal keer per week een flinke wandeling met hem of haar maakt.

De rode Ierse Setter wordt maximaal 62 centimeter hoog, de rood-witte variant wordt ongeveer 66 centimeter hoog. Reutjes worden iets groter dan teven. Beide soorten Ierse Setters hebben als uiterlijk kenmerk dat ze een lange snuit, langere beharing en hangende oren hebben. Maar er zijn tevens verschillen: de rode Ierse Setter heeft iets langere oren en een duidelijk opmerkbare schedelknobbel, welke de rood-witte setter niet heeft.

2. Gedrag

Wanneer het gedrag en karakter van een Ierse Setter besproken wordt, zijn dit de kernwoorden die je het meest zal horen: sportief, aanhankelijk doch met een eigen wil, zachtaardig en intelligent.

Zoals eerder besproken zijn Ierse Setters vroeger gefokt als jachthonden. Dit klinkt meer intimiderend dan het daadwerkelijk is. Het enige karakteristiek van een jachthond waaraan de Setters voldoen is dat ze erg atletisch zijn. Dit komt tevens door hun Ierse roots: het zit gewoon in hun DNA om veel te wandelen door karakteristieke Ierse heuvels. Als baasje moet je dus tevens van lange wandelingen houden, want het is belangrijk voor dit ras om goed in beweging te blijven. Een bewegelijke hond is een tevreden hond.

Een Ierse Setter hecht zich snel aan zijn baasje (en de rest van het gezin), maar heeft tevens een eigen wil. Ze zijn een tikkeltje eigenwijs, waardoor je als baasje moet durven om streng en consequent te zijn wanneer dit nodig is. Daarnaast zijn ze erg intelligent: je moet als baasje wel stevig in je schoenen staan. Maar je ontvangt ook loyaliteit en een hoop liefde van jouw Ierse Setter. Dankzij hun zachtaardige karakter is het erg moeilijk om niet helemaal verliefd te worden op een Ierse Setter. Naast dat ze graag knuffelen, geven ze ook erg graag kusjes. De eigenwijsheid neem je voor lief, want ze zijn zo schattig!

Wanneer je de hond tevens in de buurt van kinderen wilt kunnen hebben, is het van belang om de hond in de opvoeding van de kinderen te betrekken. Zo groeien beiden op met elkaar en raken ze op deze manier aan elkaar gewend. Menselijk contact, ook met baby’s, is van groot belang in de eerste levensjaren van jouw hond.

3. Verzorging

De Ierse Setter heeft een mooie, zachte en glanzende vacht. Om dit in stand te houden, is het van belang om deze goed te verzorgen. Ierse Setters hebben immers lange haren, wat meer verzorging vergt in vergelijking met kortharige hondenrassen. Minimaal één keer per week borstelen is geen overbodige luxe. Hierdoor blijft hun vacht mooi en lekker zacht en worden klitten uit de vacht gehaald. Daarnaast moet de hond twee à drie keer per jaar getrimd worden, om het overbodige haar tussen de tenen, bij de nek en onder de oren weg te halen. Hier zal de vacht van jouw Ierse Setter zeker profijt van hebben. Dit ras heeft geen ondervacht. Hierdoor verliezen ze alleen haren tijdens de rui periode. Goed borstelen scheelt ook een hoop.

Bron: HondenPassie.nl